Allebei en alsjeblieft

De neuroloog zou ergens tussen 14.00 en 16.00 uur komen, ten minste, zo stond het in mijn agenda. Ik was er ruim op tijd, zo rond 13.30 uur en zie dat pa al in zijn stoel zit. Pet op, zakdoek over zijn pet gevouwen, de handen onrustig bewegend over zijn corduroy broek. De deur naar de slaapkamer is dicht. Mooi, ma ligt op bed. Pa probeert van alles te zeggen en ik kan er hier een daar een touwtje aan vastknopen. Hij gaat in ieder geval morgen dood en Hans erft… tja, dat kan ik dan weer net niet verstaan, maar ik vermoed dat het over zijn Noorse trui gaat. De tussendeur gaat open en ma komt de slaapkamer uit. Ze kijkt naar me met een kop vol azijn en het lijkt er meer op dat ze een drol ziet dan haar dochter naar wie ze eeuwig zegt te verlangen. Jezus, ze is me een partij saggerijnig. Er komt echt geen normaal woord uit. We drinken thee en ik moet horen wat een vreselijke man mijn vader is en hij illustreert dit gesprek door erdoor heen te schreeuwen, terwijl hij me wanhopig aankijkt. Ondertussen belt de arts, hij komt om 15.15 uur. Het is nu 14.30 uur en ik trek het niet meer. ‘Ga me mee, ma, een stukje lopen?’ “Nee, hoor, ah ah , au , zucht, kreun…, wat zeg je?” Ze verdomt het vandaag ook haar gehoorapparaat in te doen, want ik moet maar duidelijker praten. Ik zeg dat ik dan alleen een stukje ga lopen. Ha, nu wil ze wel mee. Zo starten we het proces-wandelen op. Jas aan, schoenen aan, ah , oeh , pijn, au, rollator en we zijn buiten. ‘Oh, wat een vreselijk weer. En de bomen zijn ook kaal’ En verdomd, er ligt ook nog ergens een losse tegel. Ik hoop dat er een enorme tak uit de boom naar beneden ratsjt en naast me op het zwartelappengeheel terecht komt, maar dat gebeurt nooit als je dat wil. Daar zal een mens wel gelovig voor moeten zijn!
Om 15.30 verschijnt de neuroloog, met een ouderen-geneeskundige én de huisarts (Jee, zegt ma, wat kost dat wel niet… moeten we dat zelf betalen??) en ze constateren Parkinson. De medicatie wordt besproken en de stoet verlaat huize Avondrood. En zo is er weer een mooie dinsdag aan mijn neus voorbij gegaan. Ik rij nog even langs de schoenmaker met een jas van pa. Daar moet iets met een rits gebeuren. De schoenmaker leeft met me mee en merkt op dat het een prachtige leeftijd is, 94, en dat het zo fijn is dat ik ze nog heb, allebei nog wel! Ik zeg het niet, want ik ben inmiddels ook een keurige mevrouw van 62, maar ik denk… je mag ze hebben, allebei en alsjeblieft!
Groesbeek, 19 december 2017

ik hang pa in de heg…

Ik hang pa in de heg…
Het is alweer dinsdag. Gewapend met een pan eten voor vandaag en gehaktballetjes voor morgen ga ik richting Velp. De sfeer is redelijk. We drinken een kopje koffie, praten wat over niets en hoe gaat het met jou Net? Goed zeker…. Ik doe even de wc’s, als ze niet kijken, ruik aan het vaatdoekje, trek een bed recht en bemoei me met nog meer zaken die eigenlijk mijn zaken niet zijn, maar toch een beetje wel. De gordijnen zijn versleten op de plekken waar ze ze altijd beetpakken en ze hebben bedacht dat ze omgehangen moeten worden. Pa heeft een trap klaargezet, de bank al wat opzij geschoven en goddank is hij zo wijs geweest het verder aan mij over te laten en niet zelf op de trap te klimmen. Het klusje is snel geklaard. Er zijn nog hier en daar wat gaatjes. Met naald en draad – ik krijg nauwelijks de draad door het oog, shit zeg, lastig, oud worden- repareer ik de gaatjes. Het zijn gordijnen met drukke patronen. Je ziet er niets van. Omdat het zonnetje waterig schijnt, vraag ik of pa meegaat een eindje lopen. Ja. Schoenen aan, jas aan, stok pakken en een kwartiertje later gaan we op pad. “Ik loop eigenlijk best goed”, zegt hij. Mooi. Ik merk het niet, we worden links en rechts door schildpadden ingehaald, maar het is fijn dat hij het zo voelt. Na tien minuten keren we om. Het gaat steeds langzamer. Wanneer we het huis in de verte zien, gaat het echt niet meer. Zijn linkerbeen is totaal verlamd en hij zakt langzaam maar zeker door zijn hoeven. Gelukkig is er een grote heg. Ik hang pa in de heg, beveel hem dat hij zich vast moet houden en hol naar huis. Rolstoel pakken en pa erin hijsen. De schrik zit erin. De dokter neemt het serieus en staat vrij snel op de stoep. Niets te zien, niets te merken. Pa krijgt alweer wat kleur, zit lekker met zijn benen omhoog en hijst weer wat zelfvertrouwen naar binnen. Nu, 5 dagen verder, is het bijna vergeten. Het mooie van dit is, dat iedereen schrikt. Hij mag dan af en toe een lastige ouwe zijn, maar als hij tegen de dood aanschurkt, gaan de alarmbellen rinkelen, vooral bij de kleinkinderen die allemaal opeens bij opa en oma op bezoek zijn geweest.

Jij? Druk?

Vrouwen die het druk hebben…
Afgelopen weekend was het onze beurt om de oudjes iets leuks in het weekend te bezorgen. Rond 16.00 uur zijn we erheen gegaan, dronken wat koffie, dan een glaasje en hebben toen bij de Chinees wat voeder gehaald. Het was best gezellig. Waarom kom ik er dan zo verschrikkelijk chagrijnig van terug? Het wordt soms gewoon te veel, denk ik, en wat me ook erg irriteerde was de volgende situatie:
Annet: Over twee weken ga ik naar een soort retraiteweekend.
Ma: Een wat? Krokettenweekend?
Annet: Nee, retraiteweekend. In een klooster met tien vrouwen tot jezelf komen.
Ma: Dat meen je niet. Jij?
Annet: Ja, het is voor vrouwen die het druk hebben.
Ma: Nou, wat moet jij daar dan?

Vandaag, we zijn twee dagen verder, was het weer de gewone mantelzorgdag. Ze zijn op, maar vraag niet hoe ze erbij zitten. Het gaat allemaal steeds moeilijker. Ma is bezig met het maken van gehaktballen. Het is onvoorstelbaar hoe lang dat duurt! Ze is er zeker een uur mee bezig en dan liggen ze nog niet eens in de pan. Maar ze doet het wel en dat is toch ook weer bijzonder als je 87 bent. Ze kijkt me aan. “Wat zie ik er toch verschrikkelijk oud uit, vind je ook niet?” Valt wel mee, jok ik, je ziet er heel wat beter uit dan veel andere oude dames. Ha, dat is een oppepper, moet ik vaker zeggen. Kopje koffie en dan de bedden verschonen. De kamer van pa is net een dierenhok. Echt waar. Oud, afgebladderd behang, een bed op jampotdeksels om de veel te oude tredfortvloerbedekking te sparen. Oude, rafelige gordijnen, een pisfles in een kastje en het gevelkacheltje staat lekker vol te loeien! Werk aan de winkel dus. In de oven staat ondertussen een maaltijd die ik gisteren voor ze gekookt heb en in mijn hoofd zet ik op een rijtje wat ik vanmiddag nog moet doen. Een klant bellen, een tekst redigeren, de lessen van donderdag voorbereiden en o ja, pa zijn broek zit onder de vlekken.
Vrouwen die het druk hebben… wat moet ik daar nou?

Samen

Ontspannen parkeer ik mijn auto bij de Intratuin, maak het portier open voor kleindochter Floor van 5 en pak een wagentje. We lopen rustig de entree in en bevinden ons al snel tussen de planten. Floor is een luie aap en wil in het wagentje, van waaruit ze rustig om zich heen kijkt. Voor ons loopt een ouder echtpaar. Zij loopt moeilijk en heeft haar rollator hard nodig. Hij duwt de winkelwagen waarin al wat planten zijn gezet. Ze zien er goed verzorgd uit. Een goed kapsel en een leuke set kleren. Ze zijn slank, maar jezus, wat kijken ze saggerijnig. Ze hebben niet door dat ik vlak achter ze loop en dat zijn dan toch de mooiste momenten. Opeens hoor ik, echt vanuit het niets, ‘lul, mankeer je wat aan je poten?’ Lul kijkt woedend, maar ziet mijn blik en besluit wijselijk te zwijgen. Floor kijkt niet op of om, het zou niet in haar opkomen dat ze echt hoort wat ze net gehoord heeft. Ik sla een ander pad in en ga richting allerlei nare spullen die ik zeker niet ga kopen. Matten met welkom erop, houten beeldjes van Boeddha, romantische bloempotten.. getsie. Een volgend pad zie ik ze weer. Ik kan het niet laten en sluip wat dichterbij, terwijl ik Floor toesis dat ze zachtjes moet praten. De heks in mij is op dreef en ja hoor, lul is nu aan het woord en vraagt aan de draak achter de rollator of ze, stom wijf als ze is, nu eens op wil schieten…
We verlaten de winkel, ik breng Floor naar huis en ga dan naar mijn eigen huis. Mijn man is nog niet thuis. Hij zou toch koken? Ik voel woede, irritatie, altijd hetzelfde liedje, kan hij nou nooit… ik moet ook altijd alles…. Dan hoor ik de sleutel in het slot, hij is er. Nu kan ik twee dingen doen. Ik kan schelden of ik kan vragen waarom hij zo laat is. Het stel van vanmorgen ritselt in mijn hoofd. “Dag lieverd. Wat ben je laat. Wat is er aan de hand?” Man kijkt me stomverbaasd aan. Hij had een andere ontvangst verwacht. Zo zie je maar, nooit te laat om de boel te keren. Hoop ik.

wip

Wip

Het is zondag, 7 september 2014, rond 16.00 uur ben ik in de buurt van Velp. Natuurlijk even langs pa en ma. De voordeur is open, ik haal diep adem. Wat tref ik aan? Alles is netjes opgeruimd, maar er beweegt niets. In de kamer? Niemand. Boven zie ik pa in zijn bed liggen, op Henk Jan zijn oude kamer. De tanden op het kastje ernaast. Hij is diep, heel diep, in slaap. Dood? Nee, hij beweegt. ”Ha, Net.” In de andere kamer is het ook stil. Ma ligt languit, op haar rug, in bed. Oogjes gaan open. Poeh poeh….

Ze voelen zich beroerd, ze zijn vooral eenzaam met z’n tweeën. Ze verstaan elkaar slecht, slapen in aparte kamers, wisselen weinig woorden en bovendien wordt er bij het minste of geringste gescholden. Het zijn lange, nare nachten en saaie lange dagen. Er is pijn en onvermogen.

“Zouden we een griep hebben?”.  Tja, dat is ook nog mogelijk.  Ik vraag ze naar beneden, zet een bakkie koffie en zet drie stoeltjes in de zon. Het is een triestig clubje. Een kreukelig vrouwtje dat steeds roept dat het voor haar niet meer hoeft, een voorovergebogen oude man die net niet bij het stukje onkruid kan en daar hartgrondig over vloekt. Na een kleine twee uur ga ik weg. “Hè, jammer, kan je niet blijven?’” Nee, ik kan niet blijven, maar ik begrijp de vraag. Dat zou makkelijk zijn, zo’n begripvol knechtje. Met verdriet in mijn lijf verlaat ik de Ruijterlaan. Het is zoals Jos zei: tragisch.

Wap

Vandaag, twee dagen later, is het mijn zorgdag. Om halfelf ben ik er. In mijn tas vers gemaakte appelmoes van onze eigen appels en een maaltijd voor morgen. Verder een lekker sapje en wat andere rommeltjes. Pa slaapt en schrikt wakker. Die ouwe die slaapt wat af! Ma daalt neder met het trapliftje, vertrouwd gehuld in oude, zwarte lappen die steeds wijder worden. We drinken koffie, praten wat over niets, ik maak de wc-vloer schoon die lekker onder gepiest is en vraag of er nog andere klusjes zijn. Even wat strijken en het in lappen gehulde wijffie kijkt toe. Ze bijt op haar tong, want ze wil eigenlijk zeggen dat ik de theedoeken anders moet opvouwen. Goed zo, bekkie dicht! Dan nog even stofzuigen boven. Nu nog koken. Ze hebben al een paar dagen vreemd gerommeld, met van die kant-en-klare pannenkoeken uit een zakje en dan nog een beetje soep. Vandaag aardappelen, spruiten en er staan nog drie gehaktballen. Ha, die staan op de kelderplank en als ik de deksel eraf haal lachen drie harige, beschimmelde ballen me tegemoet. Gelukkig zijn er in de vriezer nog, je raadt het nooit, hamburgers! Ma eet mondjesmaat en vertelt dat ze vanmorgen alleen een oud kapje opheeft met appelstroop. Ik begrijp het echt niet. Naar eer en geweten niet! Ze hebben een vriezer, ze kunnen sneetjes brood pakken en toch eten ze altijd en eeuwig nare, oude boterhammen. Tja, ik ben moe en verlaat aangeslagen het ouderlijk huis, ontevreden over mijn ouders, ontevreden over mezelf, over mijn onvermogen tot begrip, over mijn onvermogen respectvol lief te hebben.

Vlag en wimpel

“Mijnheer, hebt u een zwarte Mercedes?” Wanneer mijn vader de Lidl verlaat, wordt hij opgewacht door twee agenten. In uniform. Geschrokken kijkt pa op. Nerveus ook. “U bent doorgereden na een aanrijding.” Dit is het begin van een nieuw avontuur uit ons vaderenmoedersprookjesboek. Het is een verhaal dat pa aan Frans vertelt, zoiets vertel je natuurlijk niet aan je dochter; autorijden is van de orde der pikdragers!  Pa schijnt een jongen op de fiets gepasseerd te zijn, waarna de jongen op de grond terechtkwam. Of pa de jongen geraakt heeft, of de jongen pa? De jongen fietste met losse handen, pa reed juist met vaste hand, aldus de bejaarde pikdrager. In zijn spiegel had hij wel enige onrust waargenomen, maar verder niet, dus… doorrijden maar. Het eerste wat ik denk: ‘Die ouwe moet de auto uit.’ Ik heb veel vakliteratuur hierover gelezen, zoals de Libelle en de Margriet, waar ze ook dol zijn op dit soort verhalen.  Enfin, mijn broer, ook van de juiste orde, lost het verder op. Praat met het jongetje en zijn familie. Geen schade, geen pijn, alleen schrik. Geen aangifte, maar misschien, zo bedisselen de vaginale leden van de andere orde, een goed idee om een seniorenrijtest te doen. Afgelopen maandagmorgen 11.00 uur is het zover. We knijpen hem allemaal. Het zou een enorme knauw zijn in zijn toch al zwakker wordende ego als hij zou zakken. Rond een uur of één heb ik nog niets gehoord tot ik een appje van Evelien ontvang. Een foto van pa, achter het stuur van haar nieuwe audi cabriolet waar ze retetrots op is, en jawel: pa geslaagd, met vlag en wimpel!

Wat ik dan wel weer humor vind: zo’n auto kost echt handenvol geld, butsje hier, butsje daar, apk-keuring, nieuwe accu en dat alles om naar de Lidl te kunnen en per boodschappenwagen een paar euro te verdienen. Als we het daar over hebben, pa en ik, en ik hem toch nog even voorstel die auto weg te doen en in het vervolg de boodschappen met een taxi te doen, kijkt hij me aan en zegt: “Dat is iets voor vrouwen! “

1000 armen

We zijn lekker wezen wandelen met broer en schoonzus, die om de hoek wonen bij Pa en Ma. Omdat broer het vuilnis nog buiten moet zetten en omdat we toch in de buurt zijn, besluiten we even binnen te lopen.  Ze zitten samen naar de televisie te kijken en genieten beiden van het turnen! Geen gevloek, geen gescheld, wel veel te warm, ‘maar dat is lekker hoor’.  Het is vredig en ze veren ook nog eens verheugd op wanneer we viermansterk binnen komen. We praten wat, babbelen wat, kletsen wat, praatjes komen uit de tenen, maar dat hindert niet, het voelt goed. De boel is netjes, in de keuken is al gedekt voor de avondmaaltijd, de afwas is weggewerkt. Kortom, het zwartelappenvrouwtje is herrezen uit haar lappen. Ze heeft een leuk bloesje aan, ketting erbij, zowaar schoenen aan en haar haar zit leuk.  Pa lift mee op dit alles. Wat bijzonder om te zien hoe de een de ander naar beneden kan trekken, maar dus kennelijk ook weer naar boven. Na een halfuurtje stappen we op. ‘Nu al?’ Ja, nu al. Henk Jan was er gisteren al een paar uur en ik kom dinsdag een groot deel van de dag, dus ja, nu al.  Ze lopen mee naar de deur. Het is een prachtige herfstdag, de bomen filteren de oranje zon, geel blad ligt op de grond en de twee oude mensen die al zo lang een grote rol in mijn leven spelen, staan in de deur. Naast elkaar en ook nog eens tevreden. Ik omhels ze met 1000 armen en ik denk ‘hou vol!’.

62 jaar getrouwd

Trouwdag

Het is donderdag, kwart voor elf. In de keuken staat mijn moeder, althans, een schaduw van wat ooit mijn moeder was. Een klein, verrimpeld, in lappen gehuld vrouwtje met een wanhopige blik in haar ogen. Ze rommelt wat met kopjes en lepeltjes. De keuken is netjes opgeruimd. Pa is binnen. Ze zijn blij dat ik er ben. Ik ook. We maken koffie, regelen een koekje en praten wat. Ze voelen zich naar en denken dat het niet lang meer kan duren. Ik voel met ze mee, leef met ze mee, maar probeer ze ook wat moed in te praten. Als ma even weggedrenteld is, zegt pa dat het hun trouwdag is. 62 jaar! En of ik even iets van een bloemetje wil halen. Dat doe ik, er moet nog wat meer gehaald worden. Ma wil graag drie stukjes zeep. Lachend kijk ik haar aan. “Drie? Dat is wel wat veel voor iemand die zo doodgaat.” Ze kan erom lachen. Even lekker op het fietsje het dorp in. Weer terug geef ik pa een kleine hortensia in zijn handen, in een potje uit hun eigen kast. “Linda, het is vandaag onze trouwdag. Kijk eens wat ik voor je heb”. Ze kijkt verrast op. Ze is er blij mee. Het is een leuk moment en het wordt leuker. “Daar hoort een kusje bij voor de bruid”. Hij kust haar op haar mond! Jongens, dat ik dit meemaak! Morgen is de bruid jarig, ze wordt 87. Dat gaat ze wel halen!

Herinneringen

Het dagelijkse telefoontje geeft weer een triest beeld. Veel pijn, veel in bed gelegen, toch maar even eruit om wat te koken. Voor pa, want zelf heeft ze helemaal geen honger. Het totale wegzinken is weer begonnen. Treurnis alom. “Mam, zondag komen Han en ik om een uur of drie. Zorg dan dat je aangekleed bent, dan gaan we er even op uit. Ritje, lekker warm in de auto, kopje koffie…””Nou, ik weet het niet hoor Net, ik ben net zo lief thuis…”.

Zondagmiddag drie uur is de vesting nog gesloten. Daar baal ik van. Kloppen aan de serre, heel hard, en dan eindelijk hoort pa wat en schuifelt hij naar de keuken. We hebben twee kant-en-klaar-maaltijden meegenomen. Die kunnen straks zo de magnetron in. Zelfgemaakte babi pangang met veel groente. Vooral pa is daar blij mee. Waar is ma? Ha, ze komt neergedaald met haar trapliftje en ik zie het aan de blik: binnenblijven. Dan trekt ze zo’n eigenwijs koppie en zie je haar denken: ik bepaal mijn eigen leven…. In de kamer is het 22 graden, de televisie staat keihard aan en we kijken naar de vrolijke beelden van Parijs, drie dagen na de gijzeling. “Ik wil liever tv blijven kijken”, hoor ik. Oh! In het kader van wel zorgen, maar niet betuttelen, merk ik op dat ik dan liever naar huis ga, want daar kan ik ook televisie kijken, maar een stuk zachter en niet in een ziekmakende hitte. Dat laatste zeg ik dan weer niet natuurlijk. Ha, het dringt door. De tv gaat. “Zullen we dan maar?”, zegt Pa, want die vindt een uitstapje op zijn tijd wel leuk. Eenmaal in de auto gaat het goed. De mannen voorin, de kippetjes achterin. Het oudste kippetje zit comfortabel, het is lekker warm en ik doe aardig. We rijden richting Arnhem, dan naar Oosterbeek, via Doorwerth naar Wolfheze. We rijden langs het eerste huis waarin ze na hun trouwen terecht kwamen. Herinneringen, anekdotes, verhalen. Ze zitten te genieten, verdomd als het niet waar is. Het huis in Oosterbeek. Zou Jet nog leven? En Wies? Ach, weet je nog, de vijver. Daar gingen we altijd wandelen. Ook ik herinner me bijzonderheden. Het was een fijne tijd, die paar jaar dat we in Oosterbeek woonden. Een straat waarin we als gekken met alle kinderen speelden, met Eelco, en vooral veel rolschaatsen. Nu staat er voor ieder huis een auto. Of twee. Toen had alleen pa een rode kever. We drinken koffie in restaurant de Tijd in Wolfheze. Ik merk gewoon dat vooral pa steeds helderder wordt. Hij vertelt mooie verhalen over de oorlog, daar is Han gek op, en ma kijkt weer wat levenslustiger. Tja, hoe wijs was het om ze zo’n tien jaar geleden niet meer te stimuleren om te verhuizen naar een flatachtig gebeuren? Gezelschap, afleiding… laat het een les zijn voor mij!

11 januari 2015