Herinneringen

Het dagelijkse telefoontje geeft weer een triest beeld. Veel pijn, veel in bed gelegen, toch maar even eruit om wat te koken. Voor pa, want zelf heeft ze helemaal geen honger. Het totale wegzinken is weer begonnen. Treurnis alom. “Mam, zondag komen Han en ik om een uur of drie. Zorg dan dat je aangekleed bent, dan gaan we er even op uit. Ritje, lekker warm in de auto, kopje koffie…””Nou, ik weet het niet hoor Net, ik ben net zo lief thuis…”.

Zondagmiddag drie uur is de vesting nog gesloten. Daar baal ik van. Kloppen aan de serre, heel hard, en dan eindelijk hoort pa wat en schuifelt hij naar de keuken. We hebben twee kant-en-klaar-maaltijden meegenomen. Die kunnen straks zo de magnetron in. Zelfgemaakte babi pangang met veel groente. Vooral pa is daar blij mee. Waar is ma? Ha, ze komt neergedaald met haar trapliftje en ik zie het aan de blik: binnenblijven. Dan trekt ze zo’n eigenwijs koppie en zie je haar denken: ik bepaal mijn eigen leven…. In de kamer is het 22 graden, de televisie staat keihard aan en we kijken naar de vrolijke beelden van Parijs, drie dagen na de gijzeling. “Ik wil liever tv blijven kijken”, hoor ik. Oh! In het kader van wel zorgen, maar niet betuttelen, merk ik op dat ik dan liever naar huis ga, want daar kan ik ook televisie kijken, maar een stuk zachter en niet in een ziekmakende hitte. Dat laatste zeg ik dan weer niet natuurlijk. Ha, het dringt door. De tv gaat. “Zullen we dan maar?”, zegt Pa, want die vindt een uitstapje op zijn tijd wel leuk. Eenmaal in de auto gaat het goed. De mannen voorin, de kippetjes achterin. Het oudste kippetje zit comfortabel, het is lekker warm en ik doe aardig. We rijden richting Arnhem, dan naar Oosterbeek, via Doorwerth naar Wolfheze. We rijden langs het eerste huis waarin ze na hun trouwen terecht kwamen. Herinneringen, anekdotes, verhalen. Ze zitten te genieten, verdomd als het niet waar is. Het huis in Oosterbeek. Zou Jet nog leven? En Wies? Ach, weet je nog, de vijver. Daar gingen we altijd wandelen. Ook ik herinner me bijzonderheden. Het was een fijne tijd, die paar jaar dat we in Oosterbeek woonden. Een straat waarin we als gekken met alle kinderen speelden, met Eelco, en vooral veel rolschaatsen. Nu staat er voor ieder huis een auto. Of twee. Toen had alleen pa een rode kever. We drinken koffie in restaurant de Tijd in Wolfheze. Ik merk gewoon dat vooral pa steeds helderder wordt. Hij vertelt mooie verhalen over de oorlog, daar is Han gek op, en ma kijkt weer wat levenslustiger. Tja, hoe wijs was het om ze zo’n tien jaar geleden niet meer te stimuleren om te verhuizen naar een flatachtig gebeuren? Gezelschap, afleiding… laat het een les zijn voor mij!

11 januari 2015

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *